• No se han encontrado resultados

IV. Principios pedagógicos

4. Exploración y conocimiento del mundo

“This is the implicit assumption, present in virtually every report, that what had happened was inevitably going to happen again. Few assumed that the events were transient occurrences; the only questions were where the Mods and Rockers would strike next and what could be done about it.” (Cohen: 2002, p. 26)

83

Voorspellingen van het uitbreken van rellen zijn op zondag 14 oktober – de dag van de dood van Bilal B. – al te horen. Zo worden diezelfde middag “invloedrijke personen uit de wijk op het stadsdeelkantoor geïnformeerd over wat er is gebeurd” (TG, 15-10-7: 3), omdat “stadbestuurders en politie beducht [zijn] voor onrust in de buurt (VK, 15-10-7: 1). “Met vereende krachten probeerde men te voorkomen dat rellen zouden uitbreken. Jongerenwerkers, buurtmoeders en -vaders, religieuze leiders en de politie trokken eropuit om bewoners te informeren. Ook de moskee hield bijeenkomsten” (VK, 16-10- 7: 3). In de reacties die volgen, blijven mensen voorspellingen doen van herhaling, voortzetting en/of uitbreiding van de rellen op het August Allebéplein van maandag 15 oktober. Zo worden Franse banlieue-rellen voorspeld (zie sensibilisering verderop) en stelt men dat de ‘rellen’ in Slotervaart zich nu ook verspreiden naar andere steden. De Telegraaf kopt een week na de dood van Bilal B. bijvoorbeeld het volgende: “Relbranden slaan over” en “Nu ook autofikken in Den Haag”. In twee Haagse woonwijken zijn namelijk in één weekend vier auto’s en een papiercontainer in brand gestoken: “Buurtbewoners zijn ervan overtuigd met rellende Marokkanen te maken te hebben. Volgens hen kopiëren ze het gedrag van hun Amsterdamse leeftijdsgenootjes”, aldus de Telegraaf (TG, 23-10-7: 35). Ook Marokkaanse Nederlanders doen mee aan de overdrijving. Twee weken later waarschuwen twee leden van de Comité Haagse Marokkanen namelijk voor de verkeerde aanpak van ‘Marokkaanse jongeren’ in Den Haag dat volgens hen alsnog kan leiden tot ‘rellen’: “Straks krijgen we in Den Haag net zulke relletjes als in Amsterdam-Slotervaart” (VK, 2-11-7: 3).

Een tweede reeks voorspellingen waarschuwt voor nog meer ‘Marokkaanse probleemjongeren’. Zo zien we in het mediadiscours onder andere allerlei voorspellingen van nóg meer Bilal B’s. De Marokkaans-Nederlandse kinderarts Nordin Dahhan vraagt zich bijvoorbeeld af “hoeveel Bilals Amsterdam of een andere grote stad in Nederland [telt]?” en roept op tot daadkrachtige investering “in vroegtijdige herkenning van psychische problemen en behandeling van de honderden Marokkaanse en niet- Marokkaanse kinderen in Slotervaart en vergelijkbare achterstandsbuurten”. Wordt dit niet gedaan dan “zullen grootschalige incidenten en spanningen de kop blijven opsteken” (VK, 23-10-7: 12). Ook een Telegraaf-lezer maakt zich zorgen over nog meer Bilal B.’s en voorspelt nog meer slachtoffers:

“De 22-jarige Bilal B. komt al sinds 1998 voor in de politieregisters. De jongen was 14 jaar toen hij ontspoorde en had meerdere gewelds- en vermogensdelicten op zijn naam staan. Het was bovendien bij de politie bekend dat hij contacten onderhield met de gevreesde Hofstadgroep. Met deze wetenschap zou een gevaarlijke 'patiënt' als Bilal B. toch niet de straat op mogen, mét of zónder begeleiding? Hoeveel doden moeten er nog vallen voordat de regering écht bikkelhard ingrijpt?” (TG, 17-10-7: 6)

Er worden niet alleen nóg meer Bilal B’s voorspeld, maar ook nog meer ‘(‘Marokkaanse’) probleemjongeren’. Zo waarschuwen journaliste Fleur Jurgens en oud-hoofdcommissaris Eric Nordholt van de Amsterdamse politie beiden naar aanleiding van de gebeurtenissen in Slotervaart voor de algemene problemen met ‘Marokkaanse jongeren’ en voorspellen niet veel goeds voor de toekomst. Waar Jurgens stelt dat “de situatie inmiddels behoorlijk dramatisch” en “vijf voor twaalf!” is (TG, 19-10-7: 5), stelt Nordholt dat hij al in 1992 waarschuwde voor “een maatschappelijke dreiging die uitging van een klasse van nieuwe

84

kanslozen, waaronder Marokkanen” en “over wat er dreigde te gebeuren” (NO, 18-10- 7). Burgemeester Job Cohen stelt het zorgwekkend te vinden “dat er steeds meer nog jongere criminelen bij komen” (TG, 1-11-7: 37) en waarschuwt voor de groeiende “aanwas van jonge wetsovertreders in Amsterdam West” (bijv. ME, 1-11-7: 1). In deze voorspelling wordt door verschillende claimsmakers gebruik gemaakt van labels als: ‘potentiële herrieschoppers’ (bijv. VK, 4-12-7: 11), ‘aspirantcriminelen’ (bijv. ME, 1-11- 7: 1), ‘jonge bewonderaars en meelopers’ (VK, 27-10-7: 15), ‘een groep die dreigt af te glijden’ (VK, 1-12-7: 2) of op weg is “naar keiharde criminaliteit” (TG, 19-10-7: 37).

5.2.3

Sensibilisering in Slotervaart: Franse banlieu-rellen, branden en een

steekpartij

“The first sign of sensitization following initial reports was that more notice was taken of any type of rule breaking that looked like hooliganism and, moreover, that these actions were invariably classified as part of the Mods and Rockers phenomenon.” (Cohen: 2002, p. 60)

“Successful moral panics owe their appeal to their ability to find points of resonance with wider anxieties […] It points to continuities: in space (this sort of thing… it’s not only this) backward in time (part of a trend… building up over the years) a conditional common future (a growing problem… will get worse if nothing done). And for a self-reflexive society, an essential meta-message: This is not just a moral panic.” (Cohen: 2002, p. xxx)

Een eerste koppeling die in de maatschappelijke reacties wordt gelegd, is met grootschalige en langdurige rellen en versterkt het beeld van de gebeurtenissen als meerdaagse ‘rellen’. De koppeling die het meest wordt gelegd, is met rellen in Frankrijk van 2005. Het is de Amsterdamse korpschef Bernard Welten die als eerste verwijst naar mogelijke ‘Parijse toestanden’:

Bernard Welten: “Kijk naar Parijs wat er vorig jaar is gebeurd. Dat als dat

tipping-point er is. Als de vlam in de pan slaat. […] Op het moment dat je denkt van nou gaat het helemaal verkeerd, dan krijg je dat sneeuwbaleffect, dan gaat het ontstaan, om mensen aan te spreken, ze rustig te houden, aan te pakken op het moment dat dat...”

Jeroen Pauw: “Wat was dat moment? Wat was dat moment dat u dacht

nu kunnen het Parijse toestanden worden?”

Bernard Welten: “Ja, dat heb ik bijna elke dag.” (PW, 17-10-7)

Zijn vergelijking met deze Franse rellen wordt vervolgens breed uitgemeten en bediscussieerd in het mediadiscours. Zo vraagt de Volkskrant zich bijvoorbeeld hardop af of dergelijke Franse toestanden zich in Slotervaart zouden kunnen voordoen:

85

“In de Franse voorsteden werd twee jaar geleden gesproken van een stadsguerrilla. In drie weken tijd gingen ruim 9.000 auto's in vlammen op, rukte de politie 2.921 keer uit en raakten 56 agenten gewond. Kan de situatie in Amsterdam-West net zo uit de hand lopen?” (VK, 19-10-7: 3)

Ook de Franse socioloog Laurent Chambon – die in Nederland woont en werkt – stelt dat de situatie in Slotervaart wel “een beetje te vergelijken” is met de Franse situatie, omdat volgens hem “het verschil tussen armen en rijken groter [is] geworden; een fantastische oorzaak voor rellen. En er zijn etnische spanningen de hele tijd, in het bijzonder door wat politici zeggen. Dat veroorzaakt spanningen”, aldus de socioloog (NO, 18-10-7). Daarnaast wordt ook een vergelijking gemaakt met meerdaagse rellen in de Utrechtse wijk Ondiep van enkele maanden eerder en rellen Den Bosch in 2000 (bijv. VK, 3-11-7: 22-23) en wordt verwezen naar ‘rellen’ in Slotervaart in 1998. Een uitzending van EenVandaag – een dag na de rellen op het August Allebéplein – begint met de lead- in: “Opnieuw rellen in Amsterdam Slotervaart” (1V, 16-10-7) verwijzend naar de rellen van ruim tien jaar eerder. De Volkskrant blikt in een artikel terug op deze eerdere Slotervaart-rellen waar “buurtbewoners – jongeren, maar ook vaders deden mee – de rotonde ingenomen [hadden] en het verkeer [hadden] geblokkeerd. Vanaf dat moment kreeg de buurt het predicaat no go area”, aldus De Volkskrant (VK, 6-11-7: 15). Enkele autobranden in Amsterdam worden gekoppeld aan ‘de rellen in Slotervaart’, ondanks dat niet duidelijk is of er een verband is met ‘de relschoppers’. Zo wordt een invalidevoertuig dat in brand vliegt in het mediadiscours direct toegerekend aan ‘de relschoppers’, waar de politie echter stelt nog niet te weten of er sprake is van brandstichting of slechts kortsluiting (bijv. TG, 24-10-7: 34). Een ander voertuig dat op de Jacob van Lennepstraat in brand wordt gestoken, blijkt volgens een politiewoordvoerder zijn oorzaak waarschijnlijk te hebben in de relationele sfeer, maar wordt wel genoemd in het spreken over een andere autobrand die ‘waarschijnlijk’ wel tot de ‘rellen’ behoort (ME, 6-11-7: 17). Een auto die in brand vliegt op de Nachtwachtlaan heeft volgens de politie “waarschijnlijk geen verband met de andere incidenten” en “was aan de andere kant van de A10”, maar wordt desondanks in verschillende mediaberichten gekoppeld aan de ‘rellen’ (TG, 19-10-7: 37).

Het zijn niet alleen autobranden die aan de ‘rellen’ worden gekoppeld. Ook bij een brand die woedt “in een flatgebouw recht tegenover het politiebureau waar afgelopen zondag een 22-jarige Marokkaanse man door de politie werd doodgeschoten” wordt een mogelijk verband met de ‘rellen’ expliciet niet uitgesloten: “De bewoners werden geëvacueerd. Of de brand te maken heeft met de onrust in de wijk, was vannacht nog niet duidelijk” (TG, 19-10-7: 1). Daarnaast wordt ook bericht over “meer dan dertig auto's [die zijn] vernield” in een “inpandige parkeergarage in Amsterdam-West”. […] “De daders maakten radio's en andere waardevolle spullen buit”. Ondanks dat de politie tegenspreekt “dat de vernielingen te maken hebben met de autobranden in dit deel van de stad”, omdat de daders “nadrukkelijk op zoek [waren] naar buit", worden deze vernielingen genoemd aan het einde van een artikel over de reeks autobranden (TG, 22-10-7: 3). Eerder zagen we al dat autobranden en een brand in een papiercontainer in de Haagse Schilderswijk en Transvaalkwartier door sensibilisering werden gekoppeld aan de “rellende Marokkanen” in Slotervaart (bijv. TG, 23-10-7: 35).

86

Een heel ander incident waar de gebeurtenissen aan worden gekoppeld is de dodelijke steekpartij van enkele dagen voor de dood van Bilal B. op het Technisch College (TeC) in Slotervaart. Twee scholieren krijgen op donderdag 11 oktober 2007 ruzie waarbij één van hen de ander in de nek doodsteekt; de dader heeft een Turkse migratieachtergrond, het slachtoffer een Marokkaanse. Dit incident wordt in de maatschappelijke reacties veelvuldig gekoppeld aan het Bilal B.-incident en de rellen op maandag 15 oktober, omdat deze beide in dezelfde week hebben plaatsgevonden in hetzelfde stadsdeel. Zo verwelkomt Jeroen Pauw stadsdeelvoorzitter Marcouch als gast in Pauw & Witteman met de woorden: “[...] Ahmed Marcouch. Daar bent u weer. Vorige week zat u ook al bij ons aan tafel” (PW, 15-10-7), verwijzend naar de uitzending die ging over de steekpartij op het TeC. Presentator Tijs van den Brink vraagt de vicepremier over de gebeurtenissen in Slotervaart en somt de gebeurtenissen in Slotervaart op: ”Vorige week een scholier neergestoken. In het weekend een agent, aanvankelijk aangevallen met een mes en daarna de belager, Bilal doodgeschoten. Daarna wat relletjes in de wijk. Wat is het oordeel van het kabinet over wat er allemaal gebeurt?” (1V, 19-10-7). Ook de Metro legt een koppeling tussen de gebeurtenissen:

“Veertienjarige scholier steekt 16-jarige klasgenoot dood na ruzie om pen. Dader Turk, slachtoffer Marokkaan. School in rouw, discussie over wapenpoortjes laait op. Een paar dagen later: Gekke Marokkaan doodgeschoten op politiebureau. Brigadier verdedigde zichzelf. Dan: Marokkaanse jongens gooien ruiten in van politiebureau. Marokkaanse jongens steken auto's in brand.” (ME, 24-10-7: 16)

Een NOVA-uitzending met de lead-in: “Het is de week van de Amsterdamse wijk Slotervaart. Hoe kunnen de raddraaiers worden aangepakt?” laat ook beelden zien van het TeC met daarin een interview met een getuige en met burgemeester Job Cohen over de steekpartij (NO, 19-10-7).

5.2.4

Overdrijving in Gouda: een ‘Marokkaanse’ dader in het