• No se han encontrado resultados

11. RESULTADOS Y ANÁLISIS

11.4. Cuarta fase: conozcamos el páramo

11.4.3. Séptima y octava sesión: “Aspectos del páramo y su conservación”

“They're going to kill Rob, you know, and all that kind of stuff. And then we began to get telephone threats, telephone threats. And at that time I started to realize that this is serious

business. These folks mean business. They do too.”88

Robert’s ervaringen in zijn jeugd en met name ook zijn ervaringen in het leger maakten hem bewust van één van de, volgens hem, grootste problemen van de Verenigde Staten. Racisme en discriminatie waren overal en was in feite erg gebruikelijk en gewoon geworden. Ook zeker in het Amerikaanse leger, waar Robert jaren in zou dienen, waren discriminatie en racisme geen ongewone zaken. “In the Marines I had got a taste of discrimination and had some run-ins that got me into the guardhouse,” schrijft Robert in zijn boek Negroes With Guns.89 Ook zijn vrouw Mabel vertelde dat Robert veel te maken kreeg met racisme en

discriminatie binnen het leger. In een interview met David Cecelski zegt ze: “He’s been off to the Army and back. And he has encountered all kinds of discrimination in the Army.”90 Dit

beeld dat racisme en discriminatie binnen het leger duidelijk aanwezig waren werd niet alleen door Robert, maar door vrijwel alle zwarte soldaten gedeeld. “Reports indicated great unrest among black soldiers at many bases due to incidents of discrimination and the military’s official policy of segregation,” meld James Westheider in zijn boek dat voornamelijk gaat over zwarte soldaten in Vietnam, maar waarin hij ook aandacht besteed aan zwarte soldaten tijdens de tweede wereldoorlog.91

De aanwezige discriminatie en racisme in de marine korpsen had veel invloed op de ideeën en gedachten van vele aanwezige Afro-Amerikaanse soldaten. De, in de ogen van vele zwarte soldaten, hypocriete oorlog in het onbekende begon steeds meer de vooraanstaande visie van velen van hen te worden. Veel historici hebben dit vaak benadrukt. Zo schreef Richard Dalfiume dat “the hypocrisy and paradox involved in fighting a world war for the four freedoms and against aggression by an enemy preaching a master race ideology, while at the same time upholding racial segregation and white supremacy, could not be

88 Cecelski, Interview met Mabel Williams, deel II: Robert Williams. 89 Williams, Negroes With Guns, 50-51.

90 Cecelski, Interview met Mabel Williams, deel II: Robert Williams.

overlooked.”92 De tweede wereldoorlog, met al zijn aspecten, zou veel effect hebben op

terugkerende zwarte veteranen. Zij begonnen, nu nog duidelijker dan eerst, in te zien dat ze leefden in een wereld waarin werd gemeten met twee verschillende maten. “African Americans were living in a world of double standard; they were supposed to equal the patriotism of their white counterparts while simultaneously not being accepted as equal.”93

Robert begon dit, net als de meeste van zijn zwarte collega’s, erg duidelijk in te zien. Zwarten keerden niet meer terug naar de Verenigde Staten om op dezelfde manier als altijd te gaan leven en te gaan leiden onder het eeuwenoude racistische klimaat. “In fact, many African American veterans sought dignity and respect once they returned home from WWII.”94

Tijdens de oorlog, en ook daarna toen Robert besloot in het leger te dienen voor een bepaalde tijd, werd voor hem al duidelijk wat hem in de Verenigde Staten te doen stond. “I knew I wanted to go home and join the NAACP,” was Roberts reactie op o.a. de ongelijke behandeling in het leger.95 Dit was dan ook één van de eerste dingen die Robert zou doen

toen hij in 1955 het marine korps verliet en terugkeerde naar zijn geboorteplaats Monroe in North Carolina in het zuiden van de Verenigde Staten. Volgens Robert werd hier, in het zuiden, juist bewust geprobeerd om iedere vorm van voortgang te dwarsbomen. Robert schrijft: “I had returned to a south that was determined to stay the hand of progress at all cost.”96

De lokale tak van de NAACP in Monroe was een kleine en alsmaar slinkende afdeling van de nationale vereniging. Deze werd geleid door zwarten met een redelijk hoge sociale status in vergelijking met vele andere Afro-Amerikaanse inwoners van de stad. De afdeling was daarnaast ook niet erg actief, waardoor het niet tot veel weerstand van de blanke bewoners leidde. Dit zou echter veranderen toen het hooggerechtshof in 1954 na de behandeling van de zaak “Brown vs. Board of Education” besloot dat segregatie op openbare scholen onwettelijk zou zijn. Dit leidde tot een opleving van racistische gevoelens en zou aanhangers van blanke suprematie aansporen tot een hardere en gewelddadigere aanpak van desegregatie. De lokale Ku Klux Klan in Monroe zou zwarte leden van de NAACP

92 Richard Dalfiume, Desegregation of the U.S. Armed Forces, Fighting on Two Fronts, 1939-1953 (Missouri

1969) 131 .

93 Natalie Kimbrough, Equality or Discrimination? African Americans in the U.S. Military during the Vietnam War

(Lanham 2007) 48.

94 Izemrasen Nat Musawally, African Americans and Mexican Americans during the Vietnam War, Two American

stateless Nations in the Lion’s Mouth (Denver 2001) 12.

95 Williams, Negroes With Guns, 50.

opsporen en vervolgens dreigen met geweld en economische sancties. Dit zorgde ervoor dat de lokale afdeling nog veel kleiner en onbelangrijker werd dan het al was geweest in de voorgaande jaren.97 Het ledenaantal daalde tot nog maar zes man, waar Robert ook

onderdeel van uitmaakte. Het lage ledenaantal leidde ertoe dat er werd besloten om de lokale afdeling op te heffen. Alleen Robert en Dr. Albert E. Perry waren hier fel op tegen. Doordat Robert en Perry als enige overbleven werd Robert verkozen als voorzitter en zou hij de tweemans-groep weer proberen op te bouwen. In zijn interview met Mabel Williams beschrijft David Cecelski in gesprek met Williams de situatie als volgt: Cecelski zegt: “So all these people, the professional people leave and Robert’s left…” Waarom Mabel Williams antwoord met: “With Hardly anybody and he just went and recruited among just ordinary common folks on the street.”98

Robert was onervaren en wist niet goed wat te doen met zijn organisatie. Toch wist hij dus door zijn vele contacten en het feit dat hij veel mensen kon bereiken in een stad als Monroe al redelijk snel een stabiele organisatie te vormen die later de boeken in zou gaan als de meest militante afdeling van de NAACP. Deze afdeling was volgens Robert uniek. Ten eerste kende de afdeling een voorzitter die geen Afro-Amerikaan van relatief hogere status was. Dit kwam in de rest van het land vrijwel niet voor. Op de tweede plaats bestond de afdeling daarnaast ook voornamelijk uit zwarten uit de arbeidersklasse. Deze hadden tot dan toe nog niet vaak veel te zeggen gehad in de strijd voor gelijke burgerrechten. Wat de afdeling ten slotte nog het meest bijzonder maakte was dat deze voor een zeer groot deel bestond uit teruggekeerde Tweede Wereldoorlogveteranen die vrijwel allemaal een militante houding ten opzichte van de burgerrechtenstrijd hadden opgenomen. Ook dit was dus een uniek gegeven in vergelijking met afdelingen in de rest van het land.99 Dit leidde er

uiteindelijk toe dat Robert wat makkelijker een aanhang kon vinden voor de radicalere houding die hij later zou gaan aannemen, of in ieder geval, later pas zou laten blijken.

Net als de landelijke NAACP probeerde Robert met zijn lokale afdeling te strijden voor economische, sociale, educatieve en in het algemeen gelijke rechten voor de zwarte bevolking in Monroe. De afdeling werd, volgens Robert althans, al gauw beschouwd als één van de meest militante afdelingen van het hele land. Deze reputatie zorgde daarmee al snel voor een vijandige tegenreactie van met name de Ku Klux Klan. Die zou Robert en zijn lokale

97 Williams, Negroes With Guns, 50.

98 Cecelski, Interview met Mabel Williams, deel II: Robert Williams. 99 Williams, Negroes With Guns, 51.

NAACP in de vroegste jaren van zijn herboren bestaan het leven zuur gaan maken. In zijn eigen boek Negroes With Guns beschrijft Robert Williams hoe de Klan planmatig probeerde Robert en zijn voornaamste metgezellen uit Monroe te verdrijven door hen te bedreigen. Door valse petities te tonen waarin zij claimden dat zij meer dan 6000 handtekeningen hadden opgehaald bij mensen in de stad die allen wilden dat Robert en zijn vrienden de stad uit moesten, probeerden ze duidelijk te maken dat de gehele gemeenschap hun mening deelde.100 Toen Robert zich hier niet door liet intimideren besloot de Klan van strategie te

veranderen en werd het gewelddadiger dan ooit. De Klan zou in colonnes door de straten van zwarte buurten scheuren, toeterden zoveel als ze maar konden om overlast te veroorzaken en schoten in het wilde rond met hun geweren om in feite mee te pakken wat ze maar pakken konden. Het feit dat de lokale autoriteiten hier geen halt toe riepen was reden voor Robert om ook zijn strategie te gaan veranderen. Het concept en het idee van zelfverdediging tegen dit soort taferelen is volgens Robert geboren uit de benarde situatie waarin zwarten zich in Monroe in bevonden.101 Het was tijd voor een ander geluid.

Robert besloot zichzelf en zwarten die zijn ideeën met hem deelden te gaan bewapenen. Dit probeerde hij te doen door zich aan te melden bij de National Rifle Association van de Verenigde Staten, waarvan hij de toestemming kreeg om een lokale afdeling te gaan leiden. Deze afdeling zou vanzelfsprekend natuurlijk compleet gaan bestaan uit Afro-Amerikaanse inwoners van Monroe en bestond binnen een jaar al uit ongeveer zestig man. Opvallend is dat duidelijk werd dat veel mensen steun wisten te bieden en geven aan Roberts plannen om zichzelf te bewapenen. Dit gebeurde niet alleen binnen de zwarte gemeenschap in Monroe en zelfs niet alleen in het zuiden van de Verenigde Staten, maar ook in het noorden van het land. Zo schrijft Robert dat nota bene een kerk in het noorden geld had ingezameld voor Robert, waarmee hij uiteindelijk de leden van de lokale afdeling beter kon gaan bewapenen.102 Het feit dat zelfs kerkgangers in het noorden van het land

sympathie konden hebben voor Robert en zijn ideeën over zelfverdediging zegt veel over hoe de gemiddelde Afro-Amerikaan over dit concept dacht. Zo schrijft Monroe S. Frederick uit New York in een brief aan Robert hoezeer hij hem steunt in zijn ambities. De afsluiting van zijn brief kan episch genoemd worden. Frederick schrijft: “The black people shall get

100 Williams, Negroes With Guns, 54. 101 Ibidem.

freedom soon or death for fighting for it.”103 Zijn woorden suggereren al deels naar wat de

rol en het idee van zelfverdediging binnen de burgerrechtenbeweging zou gaan betekenen. Hier zou Robert dus een belangrijke rol in gaan spelen. Die rol werd hem dan ook door velen al toebedeeld. Zo schrijft Gary Green in een brief aan Robert: Rob, The point of this letter is but one thing: there is a need for you now…perhaps now more than ever before…and tomorrow more than today…and the next day. And this need is a need for a leader who can direct, explain, and aim the kind of struggle that we need.”104 Robert en zijn concept werd

daarmee door velen als een zeer positieve ontwikkeling beschouwd.

Het eerste echte wapenfeit van Robert en zijn metgezellen met hun strategie van zelfverdediging ontstond toen leden van de Klan ontdekten dat zwarten zich aan het bewapenen waren. De Klan besloot Dr. Perry’s huis aan te vallen en probeerde hiermee in feite de bewapenende zwarten af te schrikken en hen te weerhouden van verdere bewapening. De Klan zou Dr. Perry’s huis met ongeveer 50 auto’s hebben benaderd.105

Robert en zijn groep, die voor een groot deel uit veteranen bestond, was echter goed bewapend. Daarnaast schuwden zij geen geweld en waren ze absoluut niet bang voor de Klan. Zij schoten Dr. Perry meteen te hulp en confronteerden de Klan-leden met hetzelfde soort geweld die zij zelf zo lang hadden gebruikt tegen de zwarte gemeenschap. Een vuurgevecht barstte los en uiteindelijk wisten Robert en zijn groep de Klan-leden te verdrijven.106 Hiermee bewees Robert dat hij dus inderdaad leiding zou gaan geven aan één

van de meest militante afdeling van de NAACP, waar zijn gewapende groep indirect toch aan gelieerd zou zijn. Toch zou dit wapenfeit en het gehele gebeuren volgens de destijds lokale politiechef Mauney erg overdreven zijn door Robert. Hij zei over het gebeuren: “I know there was no shooting.” Waarop Robert antwoorde: “These things have happened. Police try to make it appear that I have been exaggerating and trying to stir up trouble.”107 Al zou

Robert de zaak een beetje hebben opgeblazen, dan nog zou de militante houding die hij hier in ieder geval presenteerde hem uiteindelijk wel een belangrijke plaats op de voorpagina’s van lokale en nationale kranten doen opleveren. Maar vooralsnog werden de daden van de lokale zwarten in Monroe nog niet openlijk tentoongesteld in lokale en nationale media. Het

103 Black Studies Research Sources, The Black Power Movement, Part 2: The Papers of Robert F. Williams, Reel 1,

Group 1, Series 1: Correspondence 1956-1979, fr. 0089.

104 Ibidem., fr. 0096.

105 Reading Eagle, Second Section (12 Mei 1958) 15. 106 Williams, Negroes With Guns, 57.

feit dat Robert zich hierover verbaasde geeft aan dat hij wellicht toch wel op zoek was naar die aandacht om de benarde situatie van zwarten in Monroe aan te kunnen kaarten. Dat zou kunnen aanduiden dat hij de boel inderdaad een beetje had opgeblazen. Hij schreef namelijk dat “at the time of the clash with the Klan only three Negro publications reported the fight.”108 Zelfs de NAACP zou feitelijk geen enkele aandacht besteden aan de desbetreffende

clash tussen de twee groepen. Over blanke kranten hoeft dan al niet eens meer over worden gesproken. Dit vond Robert toch wel degelijk een probleem waar hij zich in de loop van zijn actieve periode binnen de NAACP aan zou gaan irriteren.

De NAACP bleef vreemd genoeg afwachtend en vooral stil rond de ietwat “tegenstrijdige” strategie die een lokale NAACP leider in Monroe had aangenomen totdat een uitspraak van Robert hen in het verkeerde keelgat schoot. In 1959 zou een Afro- Amerikaanse mevrouw genaamd Mary Ruth Reed het slachtoffer zijn geweest van een poging tot verkrachting door een blanke man. Uiteindelijk wist ze te ontsnappen uit de handen van deze man en zocht ze bescherming bij een blanke vrouwelijke buur. Het gebeuren leidde tot een rechtszaak waar de blanke buurvrouw zelfs voor getuigde, maar leidde uiteindelijk tot de vrijspraak van de man. Eerder hadden de broertjes van het slachtoffer de blanke man voor de rechtszaak al hebben willen vermoorden, maar Robert gaf hier persoonlijk geen toestemming voor en zei: “this was a matter that would be handled legally.”109 Na de vrijspraak voelde Robert zich schuldig en tegelijkertijd ook woedend. Veel

Afro-Amerikaanse vrouwen die de rechtszaak hadden bijgewoond beschuldigden Robert een onderdeel te zijn van het onrecht en vroegen hem wat hen nu nog stond te doen, omdat was gebleken dat niets hen zou kunnen beschermen. Robert besloot, deels uit woede, om openlijk te zeggen wat hij vond en hij reageerde door te zeggen dat zwarten geweld voortaan maar met geweld zouden moeten beantwoorden: “And I said that in the future we would defend our women and children, our homes and ourselves with our arms. That we would meet violence by violence.”110 Robert had altijd geloofd in de wetten en rechten

binnen de Amerikaanse constitutie. Maar het zuiden viel hier niet onder. Het zuiden was een geheel ander entiteit die Robert beschreef als “an ungodly and social jungle called Dixie.”111

Zijn publiekelijke uitspraak leidde tot ontzet en veel commotie. Niet alleen binnen

108 Williams, Negroes With Guns, 57. 109 Ibidem, 62.

110 Ibidem, 63.

blanke kringen en blanke media, maar ook binnen de nationale NAACP. Zoals gezegd zou deze uitspraak van Robert hen het verkeerde keelgat in gaan schieten. De daaropvolgende dag zou de nationale leider van de NAACP, Roy Wilkins, al meteen de schorsing van Robert als leider van de lokale afdeling in Monroe hebben uitgevaardigd. Robert zou de daaropvolgende zes maanden geen onderdeel mogen uitmaken van de NAACP of haar activiteiten. Robert was geschokt en begreep niet waarom zijn uitspraak nu wel tot commotie leidde terwijl hij en zijn rifle club enkele jaren eerder al openlijk de wapens hadden getrokken tegen de racistische leden van de Ku Klux Klan. Kennelijk waren uitspraken gevaarlijker dan daden. De commotie rondom de uitspraken zouden uiteindelijk wel de leidraad gaan vormen voor Robert’s relatie met de nationale NAACP. Na een terechtstelling tijdens de 50e nationale conventie van de NAACP waar Robert zichzelf met

harde woorden tegenover de landelijke voorzitters van de NAACP wist te verdedigen werd duidelijk dat het vanaf dat moment niet meer als vanouds zou gaan lopen tussen hem en de nationale burgerrechtenorganisatie. Robert sprak daar gericht tegen de lijn van de NAACP en zei: “I am a man, and I will walk upright as a man should. I will not crawl.”112

Samen met zijn advocaat Conrad J. Lynn uitte hij publiekelijk zijn ongenoegen over de beslissing van de NAACP. Een artikel uit de Monroe Negro meldt: “Lynn and Williams had notified the NAACP that he would not recognize the suspension because it was without constitutional validity and could not be ratified.”113 Niet alleen Robert, maar vele Afro-

Amerikaanse activisten, protesteerden tegen deze beslissing van Roy Wilkins en de nationale raad. Wilkins ontving in de daaropvolgende dagen een ton aan correspondentie waarin de ontevredenheid onder vele Afro-Amerikanen duidelijk naar voren werd gebracht. Zo schreef Robert A. Fraser, van The American Federation of Labor and Congress of Industrial Organizations (AFL-CIO), het volgende in een brief aan Wilkins. “We want to protest the action against Williams for two reasons: First, we think Negroes, like strikers, or anyone else, have the right to defend themselves against violence. Second, we think Williams, like ourselves, has certain democratic rights that no one – especially not an organization fighting for democratic rights, should deny. We urge that Robert F. Williams be reinstated immediately to his elected post.”114 Hier maakte de AFL-CIO wel degelijk een punt en met

hen maakten vele anderen, waaronder met name veel Afro-Amerikanen, hun onvrede over

112The Robert F. Williams Papers, Reel 10, Group 1, Series 4: Biographical Material, 1962-1979 cont., fr. 0276